Dinsdag was de ergste dag tot nu toe… Van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat regen. Er zou een excursie zijn in het kader van de culturele lessen naar het bos, met kampvuur, worstjes roosteren en liedjes zingen maar dat ging dus mooi niet door. Er lopen al veel mensen te snotteren naar aanleiding van afgelopen zaterdag, dus tis misschien maar beter dat ze het verplaatst hebben naar vanavond, al ziet het nu ook een beetje grijs…
Eigenlijk heb ik de hele dag niets gedaan, beetje geinternet, wat gelezen, wat bijgeslapen (was ook nodig…). Op het internet gezocht naar een jeugdherberg voor Ronald en mij, en ik kwam er eentje tegen met een tweepersoonsbed! Ik als een gek daarnaartoe, die moest en zou ik reserveren natuurlijk, maar het hele hostel bleek niet meer te bestaan. Toen maar een reservering geplaatst bij het hostel om de hoek, maar ik ga nog wel verder zoeken naar iets beters.
‘s Avonds een vervangende culturele les gehad, met een nepkampvuur (een kaars met wat takken eromheen). Niet echt spectaculair, wel gezellig. Volgende week gaan we leren hoe we pirogi moeten maken, en dat komt goed uit, tis toch wel mn favoriete Poolse voer!
Woensdag hebben we een uitstapje naar Nowa Huta gemaakt, het communistische antwoord op de vrijdenkende stad. Na de tweede wereldoorlog schijnt er een soort volksreferendum geweest te zijn, en Krakow had dus mooi ‘nee’ gestemd tegen Russische overheersing. Helaas ging die overheersing wel door, en vonden de autoriteiten dat Krakow te vrij was, te artistiek en besloten ze meer arbeiders richting de stad te lokken door het bouwen van een enorme staalfabriek, een huta. Vandaar dat de wijk Nowa Huta, nieuwe staalfabriek heet.
De ingang naar de huta
Arbeiders kwamen er inderdaad, maar echt veel hadden de communisten er niet aan want het was hetzelfde zooitje katholieke opstandelingen als in de rest van het land. Massademonstraties, opstanden, stakingen om maar voor elkaar te krijgen dat er een kerk gebouwd mocht worden. Pas na inmenging van de bisschop, Karol Wojtyla, de latere paus Johannes Paulus II, is er eindelijk een kerk gekomen. Alhoewel ik niet zo fan ben van moderne architectuur is deze kerk toch wel mooi, ik zal er zo op terugkomen, eerst wil ik vertellen over onze wandeling.
Per tram zijn we naar de fabrieken gereden, helaas mochten we niet naar binnen, maar de entree was op zich al indrukwekkend. Het straalde echt iets uit van een arbeidersparadijs, men moest trots zijn op het feit dat je daar werkte. Daarvandaan zijn we doorgelopen naar de grafheuvel van Wanda, zo’n kwartiertje verderop. Wanda was een prinses, een paar eeuwen geleden, en een Duitse koning had om haar hand gevraagd. Na een botte weigering trok hij ten strijde om Krakow dan maar op een andere manier in zn bezit te krijgen. Wanda echter ging naar de kerk om te bidden, en beloofde zichzelf als offer voor de overwinning. De strijd vond plaats, Krakow won en vierde feest, maar Wanda stortte zichzelf in de rivier en verdronk. Op de plaats waar haar lichaam gevonden werd staat nu de grafheuvel. In de tweede wereldoorlog werd ze een verzetssymbool, genaamd Wanda-die-geen-Duitser-wilde, en kreeg ze een monument bovenop de heuvel.
Wanda-die-geen-Duitser-wilde’s grafsteen
Tijdens de bouw van Nowa Huta stond de heuvel in de weg en wilden ze m verplaatsen (heerlijk he, die sovjetlogica?) tot er iemand op het idee kwam om de fabriek een kilometer verderop te bouwen en Wanda’s heuvel intact te laten.
Daarna zijn we doorgelopen naar een klooster in de buurt. De kerk had een zeer aparte versiering. Niet het zilver en goud van Rome, niet de iconen en heiligen van Rusland, maar volgeschilderd met bloemenmotieven! Nooit eerder gezien, maar het gaf het geheel een vrolijke indruk. Nou geloof ik niet dat dat de bedoeling is in een kerk, maar toch was het heel leuk om te zien.
Bloemen op de muren in plaats van op het altaar, weer eens wat anders!
Na het klooster zijn we per tram naar het centrum van het stadje gegaan (Officieel is het een buitenwijk van Krakow, maar zowel de inwoners van Krakow als die van Nowa Huta zien het als een apart stadje) en hebben we daar rondgelopen. Het wordt in de gidsen vermeld als een monster van sovjetarchitectuur, maar eigenlijk valt dat best wel mee, zeker vergeleken met de buitenwijken van Moskou. Goed, het zijn grote, grijze gebouwen, maar met veel parkjes, speeltuintjes en pleintjes ertussen. Overal spelende kinderen, omaatjes op bankjes die een oogje in het zeil houden, het had een zeer relaxed sfeertje.
Langs een marktje gelopen, de eerste die ik hier gezien heb, en precies zoals in Rusland, dus waarschijnlijk een overblijfsel uit de sovjettijd. Buiten kraampjes met groente en fruit (ik heb een courgette gezien van meer dan dertig centimeter lang en een doorsnede van zo’n vijftien centimeter, echt megagroot dat ding!), binnen vlees, brood, zuivel, kleding en van alles en nog wat.
Aan het einde van de straat genaamd ‘De verdedigers van het kruis’, naar allen die meegeholpen hebben om de kerk daar te krijgen, staat de Arka, de kerk waar ik het eerder over had. Groot, monsterlijk, beton, maar ergens toch wel mooi. Het dak moet de ark van Noach voorstellen, het glas daaronder het water en het betond het land. De mis begon net, dus we konden niet al te uitgebreid binnen kijken, maar aan de binnenkant was de bootvorm van het dak verder doorgetrokken, en stond er een supermoderne crucifix. Beetje vreemd, na mn rondje door de traditionele kerken van eergisteren.
De Arka van binnen
Uiteindelijk de bus naar de flat gepakt, gegeten en ‘s avonds naar de film. Mis, de beer. Ik weet niet of er een verhaallijn in zat of dat ik m gemist had, het was een vreemde film, maar ik heb me kapot gelachen. Er werd de spot gedreven met de communistische periode, en alles was zo herkenbaar van het Rusland wat ik gezien heb. Bruin water uit de kraan, ijverige ambtenaren (dus niet), stempels in paspoorten, schaarste… en dat dan op een humoristische manier gebracht. Iemand die bijvoorbeeld een fles wodka moet brengen, eerst de helft overgiet voor eigen gebruik en de rest wil bijvullen met water met als gevolg datie een fles bruine drab overhoudt.
Vandaag hadden we een vreemd toetje na het eten, en nu zit ik met buikpijn op mn kamertje… Goed excuus om wat meer naamvallen te oefenen, dat wil er soms nog wel bij inschieten. Ook deze keer wil ik weer afsluiten met een kort verhaaltje van Szymborska wat wel toepasselijk is voor deze flat hier, en wat iedereen die bezig is met talen wel zal herkennen…
Vocabulary
“La Pologne? La Pologne? Isn’t it terribly cold there?” she asked, and then sighed with relief. So many countries have been turning up lately that the safest thing to talk about is climate.
“Madame,” I want to reply, “my people’s poets do all their writing in mittens. I don’t mean to imply that they never remove them; they do, indeed, if the moon is warm enough. In stanzas composed of raucous whooping, for only such can drown the windstorms’ constant roar, they glorify the simple lives of our walrus herders. Our Classicists engrave their odes with inky icicles on trampled snowdrifts. The rest, our Decadents, bewail their fate with snowflakes instead of tears. He who wishes to drown himself must have an ax at hand to cut the ice. Oh, madame, dearest madame.”
That’s what I mean to say. But I’ve forgotten the word for walrus in French. And I’m not sure of icicle and ax.
“La Pologne? La Pologne? Isn’t it terribly cold there?”
“Pas du tout,” I answer icily.